Veel gestelde vragen


KNVB spelregelwijzigingen 2016/2017

Vanaf het seizoen 2016/2017 zijn er nieuwe spelregels van kracht. Lees de puntsgewijze samenvatting van de spelregelwijzigingen die van belang zijn voor de spelers en/of voor de arbitrage.

1.39 Tijdstrafregeling

In de categorie B wordt gewerkt met een tijdstrafregeling zoals hieronder aangegeven. De scheidsrechter is verplicht deze tijdstrafregeling toe te passen.

1. Tijdstraf kan niet worden opgelegd aan elftallen die uitkomen in de categorie A van het veldvoetbal. Tot de categorie A behoren:
- mannen veldvoetbal standaard topklasse t/m de 6e klasse
- mannen veldvoetbal reserve hoofdklasse t/m de reserve 3e klasse (voor district Zuid II ligt de grens bij de reserve 4e klasse)
- vrouwen veldvoetbal Women's BeNe League t/m 3e klasse
- A-, B-, C-junioren eredivisie t/m de 1e klasse
- D-pupillen 1e divisie t/m hoofdklasse

2. Een tijdstraf duurt 10 minuten. Voor alle pupillen, met uitzondering van de D-pupillen categorie A (geen tijdstrafregeling), geldt een tijdstraf van 5 minuten.

3. Het opleggen van een tijdstraf heeft geen verdere gevolgen voor de betrokken speler, dat wil zeggen dat er later geen andere straf uitgesproken kan worden.

4. Het toezicht op de speler aan wie tijdstraf is opgelegd, is in handen van de scheidsrechter. Hij houdt ook de tijd bij en noteert de naam van de speler aan wie tijdstraf is opgelegd. Als de tijdstraf om is, mag na een teken van de scheidsrechter de speler het speelveld weer betreden.

5. Een speler moet zich op het moment dat hij een tijdstraf ontvangt ophouden buiten het speelveld, doch binnen de omrastering van het speelveld, in een door de scheidsrechter aan te geven gebied.

6. De tijdstraf gaat in bij het hervatten van het spel. Als de scheidsrechter de tijd stil zet, staat ook de tijdstraf stil.

7. De tijdstraf kan slechts eenmaal per speler per wedstrijd worden opgelegd bij een waarschuwing. Hierbij moet de scheidsrechter wel de gele kaart tonen. Krijgt een speler een tweede waarschuwing dan volgt de rode kaart. De speler aan wie tijdstraf is opgelegd, blijft onder de rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter.8. Een speler, aan wie tijdstraf is opgelegd, kan gedurende zijn tijdstraf niet worden vervangen.

9. Indien aan de aanvoerder van een elftal tijdstraf is opgelegd, moet zijn taak gedurende de tijdstraf aan een andere speler worden overgedragen. Hij mag ook geen toelichting aan de scheidsrechter vragen op de genomen beslissingen.

10. Indien een wisselspeler of de trainer/coach een waarschuwing krijgt, toont de scheidsrechter direct de rode kaart.

11. Als een doelverdediger tijdstraf krijgt opgelegd, dan moet een andere speler zijn plaats als doelverdediger innemen. De als doelverdediger optredende veldspeler zal door het aantrekken van afwijkende kleding als doelman herkenbaar moeten zijn.

12. Als een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken, omdat de rust aanbreekt, dan zal hij het resterende gedeelte van de tijdstraf in de tweede helft dienen te ondergaan. Is de tijdstraf van een speler nog niet om bij het einde van de wedstrijd, wordt hem de rest kwijtgescholden.

13. Indien een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken omdat de wedstrijd wordt gestaakt, dient hij het restant te ondergaan vanaf de spelhervatting. Dit betekent dat, indien de wedstrijd alsnog uitgespeeld dient te worden op een later tijdstip, de desbetreffende speler aan wie een tijdstraf was opgelegd niet aan het restant van de wedstrijd mag deelnemen totdat de volledige tijdstraf is uitgezeten. Mocht deze speler niet meer aan de wedstrijd meedoen, dient een andere speler zijn tijdstraf uit te zitten.

14. Als het aantal spelers vanwege het aantal tijdstraffen onder de 7 daalt, moet de wedstrijd worden gestaakt. Het betreffende team is dan schuldig aan het staken van de wedstrijd.

 

Wanneer ben je 'vastgespeeld, wie speelt in categorie A of B'?

Er komen bij de KNVB veel vragen binnen over het 'vastspelen' van spelers.

De volgende regels zijn van toepassing:
Een speler die 15 of meer competitiewedstrijden (géén bekercompetitie) voor één of meer hogere elftallen heeft gespeeld in enig seizoen, mag niet meer voor een lager elftal in competitie- en/of bekerwedstrijden spelen.
Binnen de competities van categorie B geldt deze beperking niet.
Echter, in het geval een speler, die normaliter wedstrijden speelt in een elftal dat uitkomt in de competitie die valt onder categorie B, gedurende het seizoen 15 of meer competitiewedstrijden is uitgekomen voor een team dat uitkomt in een competitie die valt onder categorie A, kan deze speler niet meer terug naar de competitie van categorie B.
Een speler die een gedeelte van een wedstrijd heeft gespeeld, wordt in dit verband beoordeeld als iemand die de gehele wedstrijd heeft gespeeld.

Een A-junior die gedurende het seizoen 15 of meer competitiewedstrijden heeft gespeeld in enige seniorencompetitie of in enig seniorenelftal, kan niet meer uitkomen voor zijn eigen leeftijdsgroep en is dus 'vastgespeeld' in die hogere leeftijdsgroep. Voor de overige junioren geldt dat een speler onbeperkt mag uitkomen in een hogere leeftijdsgroep (titel 4 jeugdveldvoetbal, artikel 37, lid 7 van het Reglement Wedstrijden Amateurveldvoetbal).

Categorie A
Voor categorie A geldt de volgende indeling:

Tijdens jeugdwedstrijden in categorie A kunnen geen dispensatiespelers uitkomen. Voor categorie A gelden géén verruimende maatregelen, maar blijven de reglementen en bestuursbesluiten gehandhaafd.

Categorie B
Hieronder vallen alle elftallen/teams die niet onder catagorie A vallen.

 

Veel gestelde vragen over de gele en rode kaarten
Bron: KNVB

Is een speler, die wegens twee keer geel de rode kaart heeft gekregen, automatisch voor de eerstvolgende wedstrijd uitgesloten?
Nee, dit is niet het geval. De automatische uitsluiting voor de eerstvolgende wedstrijd volgt alleen op een directe rode kaart.

Als een speler bij de directe rode kaartregeling de eerstvolgende wedstrijd aan de kant heeft gezeten en er is nog geen uitspraak van de tuchtcommissie ontvangen, mag die speler dan de volgende wedstrijd wel meespelen?
Een speler of wisselspeler die vóór, tijdens of na een officiële wedstrijd een directe rode kaart heeft gekregen, mag automatisch niet meespelen in de eerstvolgende officiële wedstrijd van zijn/haar elftal en is tevens gedurende deze periode niet speelgerechtigd voor andere elftallen. Heeft de speler na de eerstvolgende gespeelde officiële wedstrijd nog geen uitspraak van de tuchtcommissie ontvangen, dan is meespelen weer toegestaan. Wanneer de tuchtcommissie in haar uitspraak meer dan één wedstrijd uitsluiting oplegt, zal de wedstrijd die de speler uitgesloten is geweest als gevolg van de directe rode kaartregeling op het totaal van de straf in mindering mogen worden gebracht. In de uitspraak van de tuchtcommissie wordt dit ook vermeld.

Geldt de directe rode kaartregeling ook voor bijvoorbeeld een trainer of leider?
De directe rode kaartregeling is alleen van toepassing op (wissel)spelers die tijdens de wedstrijd op het veld staan of op de bank zitten. De regeling is dus niet van toepassing op functionarissen (trainer, leider, verzorger etc.) op de bank. Het is voor een scheidsrechter wel mogelijk om een gele of rode kaart te geven aan functionarissen op de bank. Dit wordt door de scheidsrechter en/of rapporteur in een aparte rapportage aan de tuchtcommissie medegedeeld. Op basis van deze rapportages komt de tuchtcommissie dan tot een uitspraak. Pas na deze uitspraak vindt de eventuele uitsluiting van functionarissen plaats.

Worden de gele kaarten die een speler in de bekerwedstrijden heeft gekregen meegeteld voor competitiewedstrijden?
Voor competitiewedstrijden en wedstrijden in de bekercompetitie bestaan aparte registratiesystemen waarin gele kaarten worden geregistreerd. Wanneer in één van beide systemen meer dan drie gele kaarten zijn geregistreerd, geldt de uitsluiting die daarop volgt voor een officiële wedstrijd in één van beide competities. Wanneer een speler in bijvoorbeeld een bekerwedstrijd zijn/haar vierde gele kaart van de bekercompetitie ontvangt, volgt er dus een uitsluiting die van toepassing is op de eerstvolgende officiële wedstrijd. Het maakt dan niet uit of dit een competitie- of een bekerwedstrijd is.

Als een speler is uitgesloten voor wedstrijden van een bepaald team en de straf is op zondagochtend uitgezeten, mag deze persoon dan op dezelfde dag 's middags in een ander elftal uitkomen?
Een speler of wisselspeler die vóór, tijdens of na een officiële wedstrijd een directe rode kaart heeft gekregen, mag niet meespelen in de eerstvolgende officiële wedstrijd van zijn/haar elftal. Ook mag hij/zij niet in een ander elftal van zijn vereniging meespelen tot en met de dag volgende op die waarop zijn/haar elftal deze eerstvolgende officiële wedstrijd heeft gespeeld. Dit houdt in dat een (wissel)speler niet 's ochtends met een ander elftal mag meespelen als de wedstrijd van zijn/haar eigen elftal pas 's middags plaatsvindt. Ook is het niet mogelijk 's middags met een ander elftal mee te spelen als het eigen team van de (wissel)speler die ochtend de eerstvolgende officiële wedstrijd heeft gespeeld. Meespelen in een ander elftal van de vereniging is dus in géén geval mogelijk tot de dag na de eerstvolgende officiële wedstrijd van het eigen team van de speler.

Mag een speler die 's morgen in een wedstrijd van de A1 of het tweede elftal een rode kaart heeft ontvangen 's middags als (wissel-)speler deelnemen aan de wedstrijd van het eerste elftal?
Een speler of wisselspeler die vóór, tijdens of na een officiële wedstrijd een directe rode kaart heeft gekregen, mag niet meespelen in de eerstvolgende officiële wedstrijd van zijn/haar elftal. Ook mag hij/zij niet in een ander elftal van zijn vereniging meespelen tot en met de dag volgende op die waarop zijn/haar elftal deze eerstvolgende officiële wedstrijd heeft gespeeld. Een jeugdspeler die 's morgens een directe rode kaart krijgt, mag 's middags dus niet meespelen met een andere jeugdwedstrijd of een seniorenwedstrijd, tot en met de dag waarop zijn/haar eigen elftal de eerstvolgende officiële wedstrijd heeft gespeeld.

Als iemand een functieontzegging heeft gekregen als trainer van een bepaald team, mag deze persoon dan op die dag wel een ander elftal trainen?
Ontzegging van het recht om één of meerdere functies te mogen uitoefenen kan alleen maar worden opgelegd naar aanleiding van een overtreding begaan in de uitoefening van een functie. In haar uitspraak bepaalt de tuchtcommissie welke functies worden ontzegd, voor welke periode of voor hoeveel officiële wedstrijden en voor welk(e) team(s) deze ontzegging geldt. Dit houdt dus in dat een functieontzegging alleen voor het (de) team(s) geldt dat in de uitspraak is genoemd en dat hij/zij dus gewoon een ander elftal mag trainen.

Mag een speler die een uitsluiting heeft wel een andere functie bij de wedstrijd uitoefenen, bijvoorbeeld als trainer of als assistent-scheidsrechter?
Een uitsluiting heeft alleen betrekking op het als speler niet mogen meespelen in officiële wedstrijden. Andere functies mogen gewoon worden uitgeoefend.

Mag een speler die is uitgesloten meedoen in het restant van een eerder gestaakte wedstrijd?
Een speler die is uitgesloten van deelname aan competitie- en/of bekerwedstrijden mag wel meedoen aan het restant van een gestaakte wedstrijd dat in zijn uitsluitingperiode wordt gespeeld, wanneer hij/zij ook de oorspronkelijke wedstrijd had mogen spelen.
Verder geldt in het algemeen voor het uitspelen van een restant dat het niet noodzakelijk is dat weer dezelfde spelers worden opgesteld. Wel dienen alle spelers speelgerechtigd te zijn. Een speler die in het gespeelde gedeelte van een gestaakte wedstrijd uit het veld is gestuurd, mag niet deelnemen aan het restant, ook al heeft hij/zij de straf voor de directe rode kaart al uitgezeten. Spelers die zijn gewisseld in het gespeelde gedeelte van een gestaakte wedstrijd, die behoort tot categorie A, mogen eveneens niet meespelen in het restant van deze wedstrijd (in categorie B is dit wel toegestaan).

Wanneer een speler officieel is uitgesloten, maar wel het restant van een eerder gestaakte wedstrijd mag uitspelen, mag deze wedstrijd dan in mindering worden gebracht op het aantal wedstrijden uitsluiting dat is opgelegd?
Indien een speler is uitgesloten van deelname aan competitie- en/of bekerwedstrijden, maar wel mag meespelen in het restant van een gestaakte wedstrijd aangezien hij toen ook speelgerechtigd was, zal dit uitspelen niet gelden als een wedstrijd die van het aantal wedstrijden uitsluiting zal kunnen worden afgetrokken, ongeacht of hij wel of niet meespeelt. Om een wedstrijd in mindering te kunnen brengen op het aantal wedstrijden uitsluiting zal deze wedstrijd moeten plaatsvinden na het opleggen van de straf. Wanneer die wedstrijd niet is uitgepeeld kan deze wel in mindering worden gebracht, maar is betrokkene niet gerechtigd aan het restant van de wedstrijd deel te nemen. Dit wordt namelijk gezien als een vervolg van een eerder vastgestelde wedstrijd.

Mag een clubstraf in mindering worden gebracht wanneer dit vooraf aan de KNVB is gemeld?
Wanneer de clubleiding naar aanleiding van een overtreding van een van haar spelers zelf besluit deze speler uit te sluiten voor een aantal wedstrijden mag dit in mindering worden gebracht op de straf opgelegd door de KNVB. Voorwaarde is wel dat het bestuur van de vereniging dit binnen drie werkdagen na de wedstrijddag schriftelijk aan de tuchtcommissie heeft gemeld. Op de standaard rapportformulieren kan dit worden ingevuld. Achteraf kan een vereniging zich niet beroepen op een opgelegde clubstraf.

Moet de scheidsrechter een rapport indienen als in de wedstrijd een waarschuwing wordt gegeven aan een trainer, leider, verzorger of assistent-scheidsrechter?
Wanneer de scheidsrechter een speler een waarschuwing geeft, moet hij na afloop van de wedstrijd op het wedstrijdformulier naast de persoonlijke gegevens van de speler ook de door de speler gemaakte overtreding door middel van een codenummer vermelden. Het is niet nodig hierover een apart rapport op te maken, het invullen van het wedstrijdformulier met de gegeven waarschuwingen is voldoende. In het geval de scheidsrechter een waarschuwing geeft aan een trainer, leider, verzorger of assistent-scheidsrechter, vermeldt de scheidsrechter de persoonlijke gegevens en het codenummer van de gemaakte overtreding op het wedstrijdformulier. De scheidsrechter is daarnaast verplicht hierover een apart rapportformulier in te vullen.

Mag een uitspraak worden gewijzigd als bijvoorbeeld het betrokken team is teruggetrokken of een speler inmiddels senior is?
Wanneer het door een onvoorziene verandering van omstandigheden niet (meer) mogelijk is de straf of maatregel geheel of gedeeltelijk ten uitvoer te leggen, kan de commissie die de straf of maatregel heeft opgelegd, op gemotiveerd verzoek van de betrokkene en met inachtneming van de voorschriften bedoeld in artikel 9 lid 4 van het Reglement Tuchtrechtspraak Amateurvoetbal, de uitspraak wijzigen. Maar deze wijziging kan alleen als doel hebben de tenuitvoerlegging aan te passen aan de gewijzigde omstandigheden. In het geval dat een team uit de competitie is teruggetrokken of een jeugdspeler net naar de senioren is overgegaan kan de straf of maatregel worden gekoppeld aan een ander team.

Wie heeft inzagerecht (bijvoorbeeld bestuurslid die zonder machtiging de stukken opvraagt van een speler/betrokkene)?
Een betrokkene of zijn/haar gemachtigde heeft het recht op het districtsbureau het dossier van zijn/haar zaak in te zien. Het is dus niet mogelijk voor iemand die niet rechtstreeks bij de zaak betrokken is, zonder machtiging de betreffende stukken in te zien.

Wordt een straf bij beroep automatisch opgeschort?
Door het instellen van beroep wordt de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf of maatregel niet automatisch opgeschort. Er bestaat wel een mogelijkheid voor de voorzitter van de commissie van beroep om op basis van zijn bevoegdheden zelf te besluiten tot opschorting van een straf of maatregel, of dit te doen op verzoek van degene die het beroep heeft ingesteld. Dit kan wanneer al vaststaat dat betrokkene moet worden vrijgesproken, wanneer er naar het oordeel van de voorzitter ernstige fouten zijn gemaakt tijdens de procedure, of dat de straf die is opgelegd niet in verhouding staat tot de gemaakte overtreding. Bij opschorting krijgt betrokkene en zijn/haar bestuur hierover
bericht van het districtskantoor. Het instellen van beroep heeft dus géén automatische opschorting tot gevolg.